Proceskosten in het familierecht: betaalt ieder altijd zijn eigen kosten?

Een scheiding, alimentatieprocedure of geschil over de kinderen brengt vaak al genoeg spanning met zich mee. Daar komen ook nog kosten bij, zoals griffierecht en advocaatkosten. Een vraag die wij regelmatig krijgen is dan ook: wie betaalt uiteindelijk de proceskosten?

In het familierecht is het gebruikelijk dat de rechter de proceskosten compenseert. Dat betekent dat beide partijen hun eigen kosten betalen. Dat heeft onder meer te maken met de familierechtelijke verhouding tussen partijen. Ook na een scheiding blijven ex-partners bijvoorbeeld vaak als ouders met elkaar verbonden.

Maar dat betekent niet dat proceskosten in familiezaken altijd worden gecompenseerd.

 

Wanneer moet de ander toch jouw proceskosten betalen?

Een rechter kan besluiten om één van de partijen in de proceskosten te veroordelen. Dat gebeurt niet snel, maar de manier waarop iemand procedeert kan daarbij een belangrijke rol spelen.

Denk bijvoorbeeld aan een situatie waarin iemand:

  • zonder goede reden een procedure start;
  • een procedure voortzet terwijl duidelijk is dat dit niet nodig is;
  • door zijn of haar proceshouding onnodige kosten veroorzaakt;
  • onvoldoende meewerkt aan de procedure;
  • of de zaak nodeloos vertraagt of ingewikkelder maakt.

De wet bepaalt onder meer dat kosten die nodeloos worden aangewend of veroorzaakt, voor rekening kunnen worden gebracht van de partij die deze kosten heeft veroorzaakt.

Een aantal familierechtelijke uitspraken laat goed zien hoe dit in de praktijk kan uitpakken.

 

Procederen over € 8,52

Een opvallend voorbeeld is een uitspraak van de Rechtbank Oost-Brabant uit 2026. De ouders hadden afspraken gemaakt over de kosten van hun kinderen. De vader had op enig moment € 8,52 ingehouden op zijn bijdrage. Hij had dat bedrag later alsnog betaald. Toch begon de moeder een procedure.

Volgens de rechtbank bestond er op dat moment geen daadwerkelijk geschil meer. Bovendien ontbrak voor het verzoek van de moeder een wettelijke grondslag. De rechtbank vond daarom dat zij de vader onnodig in een procedure had betrokken.

Normaal gesproken worden de proceskosten tussen ouders gecompenseerd. In dit geval maakte de rechtbank daarop een uitzondering. De moeder moest € 1.647,00 aan proceskosten betalen. 

De uitspraak laat zien dat procederen uit principe een financieel risico kan hebben wanneer er juridisch eigenlijk niets meer te beslissen valt.

 

Ook tijdens een alimentatieprocedure kan het misgaan

Niet alleen het starten van een procedure telt mee. Ook de houding van een partij tijdens de procedure kan aanleiding geven voor een proceskostenveroordeling.

Dat gebeurde in een alimentatiezaak bij het Gerechtshof Amsterdam. De vader vroeg één dag vóór de geplande zitting om uitstel. Het hof verleende dat uitstel en gaf hem vervolgens gelegenheid om zijn financiële gegevens aan te leveren. Daarna reageerde hij niet meer, verstrekte hij de gevraagde stukken niet en verscheen hij ook niet op de nieuwe zitting.

Het hof oordeelde dat de vader daarmee onnodige vertraging had veroorzaakt en veroordeelde hem tot betaling van € 2.777,00 aan proceskosten in hoger beroep. 

Ook in een alimentatieprocedure is het dus belangrijk om zorgvuldig te procederen en tijdig de informatie te verstrekken die de rechter nodig heeft.

 

Een DNA-test die een procedure had kunnen voorkomen

Een verdergaande uitzondering zien we in een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 10 januari 2017.

Een vrouw vertelde een man tijdens haar zwangerschap dat hij de vader van haar kind was. De man twijfelde daaraan en vroeg om DNA-onderzoek. De vrouw wilde daar aanvankelijk niet aan meewerken.

Daarna ontstond een procedure over onder meer erkenning, omgang, gezag en alimentatie. Pas tijdens de behandeling bij de rechtbank vertelde de vrouw dat mogelijk ook een andere man de biologische vader was. Zij stemde vervolgens alsnog in met DNA-onderzoek. Uit dat onderzoek bleek dat de man inderdaad niet de biologische vader was.

Volgens het hof had van de vrouw mogen worden verwacht dat zij kort na de geboorte aan een DNA-onderzoek zou hebben meegewerkt en daartoe zelf het initiatief had genomen. Daarmee had een procedure volgens het hof kunnen worden voorkomen, of in ieder geval veel eerder kunnen worden beëindigd.

Het hof vond de omstandigheden zo uitzonderlijk dat de vrouw werd veroordeeld tot vergoeding van de daadwerkelijk door de man gemaakte proceskosten vanaf het moment waarop de procedure was gestart: € 4.289,49 voor de procedure bij de rechtbank en € 2.800,00 voor het hoger beroep.

Een vergoeding van de volledige advocaatkosten is zeer uitzonderlijk. De Hoge Raad heeft bevestigd dat voor een volledige vergoeding van proceskosten een hoge drempel geldt, bijvoorbeeld wanneer sprake is van misbruik van procesrecht of onrechtmatig procederen.

 

Dus: betaalt ieder in het familierecht altijd zijn eigen advocaat?

Nee. Kostencompensatie is in familiezaken gebruikelijk, maar geen automatisme. Zeker tussen ex-partners en ouders zal de rechter vaak bepalen dat ieder zijn eigen kosten draagt. Maar wie onnodig procedeert, een procedure onnodig laat voortduren of door zijn of haar houding extra kosten veroorzaakt, loopt het risico alsnog in de proceskosten van de ander te worden veroordeeld.

Daarom is het verstandig om vóór het starten van een procedure niet alleen te kijken naar wat je wilt bereiken, maar ook naar de vraag of een procedure daarvoor werkelijk noodzakelijk is. Soms kan overleg of een praktische oplossing veel tijd, spanning én kosten besparen.

En als procederen wel noodzakelijk is? Dan is het belangrijk om de procedure zorgvuldig te voeren en de rechter volledig en tijdig van de benodigde informatie te voorzien.

Wil je meer weten? Neem dan vooral vrijblijvend contact met mij op via 076 – 204 5565 of katinka@verdeadvocatuur.nl. Of vul mijn contactformulier in. Ik neem dan zo spoedig mogelijk contact met je op.